Bezet, bevrijd & geplunderd.

In het vrijheidsmuseum te Groesbeek loopt nu een expositie bezet, bevrijd & geplunderd.

Tijdens de oorlogen wordt er geplunderd, zowel door bezetters als bevrijders. In de regio Nijmegen is er volop onderzoek naar gedaan, ook in de Betuwe waar veel steden en dorpen tijdens de laatste oorlogsjaren waren geëvacueerd. Zo ook in Huissen.  De koningsketen van het Sint Gangulphusgilde werd in die tijd gewoontegetrouw in de kluis van de kerk van de parochie van O.L. Vrouw ten Hemelopneming bewaard. In de nacht van 13 op 14 mei 1943 werd Huissen door een brandbombardement getroffen, waarbij de stadsparochiekerk werd verwoest. De kluis had bij dit bombardement veel geleden, maar de inhoud kwam ongeschonden uit het puin te voorschijn. Men achtte het echter niet langer verantwoord, om de kostbare koningsketen alsmede andere gildenattributen nog langer in deze kluis te bewaren. Vanaf mei 1943 werd de keten dan ook in de kluis van het klooster der paters Dominicanen bewaard. De koningsketen lag daar nog steeds toen de bevolking van Huissen in oktober/november 1944 moest evacueren. Bij hun terugkeer, in mei 1945, troffen de Huissenaren een stad aan die zwaar onder het oorlogsgeweld had geleden. Veel was verwoest en ook bleek veel te zijn gestolen. Ook het klooster had veel geleden, maar kon gelukkig hersteld warden. De kluis was opgeblazen. Een klein gedeelte van de schilden werd tussen het puin gevonden, terwijl een paar koningsschilden in Lent werden ontdekt. Slechts zeventien schilden telde de koningsketen toen nog. Vergeleken met de minimaal zestig schilden, die in 1940 aan de keten hingen, zijn er dus tijdens de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie minstens 43 schilden verloren gegaan.

Na de oorlog begonnen de gilden weer hun activiteiten te ontplooien. Er werd weer koning geschoten en ook werd het herstel van de ketens ter hand genomen. De koningsketens van het Sint Gangulphusgilde en van het Sint Laurentiusgilde werden door de heer G. Bleumer hersteld, waarbij hij de schilden toen zo “eerlijk” mogelijk over de beide gilden [heeft] verdeeld. Door deze “eerlijke verdeling” hing een aantal schilden niet meer aan de juiste keten waardoor het eerste onderzoek in 1977 aanzienlijk werd bemoeilijkt. Aan de andere kant dient echter wel te worden opgemerkt, dat de heer Bleumer toen niet de gegevens voorhanden had, die thans wel ter beschikking staan. Waar zich al de tijdens de oorlog verdwenen schilden bevonden, wist men toen nog niet. Op 20 december 1969 werden de gildenbroeders echter aangenaam verrast. Zij ontvingen toen uit handen van burgemeester, drs. A.H. Stadhouders, veertien schilden terug. Dertien ervan  waren uit Groot-Brittannië afkomstig, terwijl het veertiende schild al jaren op het gemeentehuis bleek te liggen. De dertien schilden die toen uit het Verenigd Koninkrijk terug kwamen, waren afkomstig van de heer W.A. Miners. Sergeant majoor Miners diende tijdens de oorlog in de Britse PolarBear division. Deze divisie bevrijdde Huissen op 2 april 1945. De stad was geheel verlaten, aldus Miners, en de divisie vestigde haar hoofdkwartier in een klooster. Op de vraag hoe hij in het bezit was gekomen van de schilden antwoordde hij, dat ze were given to me by one of my men. Ze behoorden allen toe aan het Sint Gangulphusgilde. De koningsschilden die toen, na een afwezigheid van 24 jaar, terugkeerden, waren die van:

1.         Claes Smaelevelt (1554)
2.         Dirck Bauman (1594)
3.        Hendrick Inschaep (1603)
4.         Tonis Gerritsen int Ros (1618)
5.         Otto Beernts (1649)
6.         Gerrit Gossen (1654)
7.         Harmanis Daams (1731)
8.         Johannes van Aelten (1749)
9.         Hendrick Bos (1779)
10.       Dk. van Aalte (1787)
11.       Hendrik de Greef (1819)
12.       Joh. Wilh. Peters (1858)
13.       P. van Os (1860)
14.       H. Derksen (1893)

Niet alleen kwam hiermee het oudste schild terug aan de keten ook was het opmerkelijk, dat het laatstgenoemde schild van Christeijaen Jansen (1710) al jaren op het gemeentehuis lag. Hierna schonk de heer Miners in het voorjaar van 1970 ook nog het schild van Hendrick Jansen (1738) terug, dat hij ook nog in zijn bezit bleek te hebben, waardoor het totaal op veertien schilden kwam dat uit het Verenigd Koninkrijk terugkeerde. Zoals hiervoor al opgemerkt, komt het schild van Joh. Wilh. Peters uit 1858 niet voor op de inventaris van de schilden van het Sint Gangulphusgilde die tussen 1880 en 1887 werd opgemaakt en evenmin op die van het Sint Laurentiusgilde uit 1920. Na de terugkeer van de vijftien schilden zijn er momenteel dus nog steeds minimaal 29 schilden, die tijdens de oorlog verloren zijn gegaan. En we zijn nog steeds op zoek naar deze schilden!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.